Geschiedenis

In het voorjaar van 1980 verschenen de breakuitvoeringen van de 305.
De achterwielophanging vertoonde een interessant nieuwtje.
Men had de veerpoten met schokdempers namelijk niet verticaal gemonteerd, maar in een bijna horizontale, achterover gekantelde positie.
Dat betekende ruimtewinst in het interieur, met als bijkomend voordeel minder geluidsoverlast van de achterbanden.
De achterbank was deelbaar uitgevoerd en had een eenvoudig te verwijderen zitting.
Deze kon men vóór de neergeklapte rugleuning plaatsen, met als resultaat een bijzonder lange laadvloer.
Motorisch waren de breakuitvoeringen gelijk aan de berlinemodellen, wat vooral bij de uitvoering met de kleine motor tot niet meer dan middelmatige prestaties leidde.
Veel schakelen en ver doortrekken in de versnellingen was nodig om op te schieten.

 

Behalve de break verscheen er ook een goedkope uitvoering van de berline, kortweg aangeduid als 305 en voorzien van de 1290 cc-motor. De GR kreeg voortaan de grotere motor van 1472 cc toebedeeld, een stap die het jaar daarop (1981) bij de GL en weer een jaar later bij de break-GL werd gevolgd.
In 1981 kwam er naast de SR de 305 S, gericht op de sportieve automobilist en onder meer uitgerust met lichtmetalen velgen en centrale deurvergrendeling.
De 1472 cc-motor was opgevoerd tot 89 pk en voorzien van een dubbele carburateur en transistorontsteking.
In november 1978 had Peugeot met een Franse regeringscommissie voor energiebesparing een contract gesloten om een experimentele auto te ontwerpen.
Het doel van dit project was, vast te stellen aan welke voorwaarden zo’n zuinige auto moest voldoen.
In mei 1981 werd het resultaat gepresenteerd: de VERA (Véhicule Econome de Recher¬che Appliquée), gebaseerd op de 305.
Men richtte de aandacht op het gewicht en de stroomlijn van de auto, alsmede op het rendement van de motor. Lees meer hierover de volgende week !

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *