Ook aan andere Afrikaanse rally’s nam Peugeot deel, en ze werden allemaal gewonnen: de Pharao-rally (Egypte), de Atlas-rally (Marokko) en de Rally van Tunesië.
In de Verenigde Staten ging Peugeot een heel andere uitdaging aan, de heuvelklimwedstrijd van Pike’s Peak in Colorado, aan de rand van de Rocky Mountains.
Dat is, na de 500 miles van Indianapolis, Amerika’s oudste autorace.
De klim begint op een hoogte van 2847 m.
Vanaf daar moet niet geasfalteerde, ongeveer 20 km lange weg afgelegd worden, die naar de top (4290 m) leidt.
Daar waant men zich op ‘het dak van de wereld’.
In 1987 had Peugeot al een poging gewaagd met de 205, maar Ari Vatanen tobde met verlies van vermogen door een gebroken klem van de turboslang en moest de Audi van Walter Röhrl voor laten gaan.
Zanussi en Mehta werden toen achter hem derde en vierde.

In 1988 kwam Peugeot terug met de 405, met als belangrijkste vernieuwing vierwielbesturing.
Peugeot koos voor deze techniek, omdat auto’s met vierwielaandrijving in korte bochten een sterk onderstuurkarakter vertonen.
Daardoor hebben ze aanvankelijk de neiging rechtdoor te gaan.
Door ook de achterwielen te laten meedraaien -in beperkte mate overigens – verwachtte Peugeot een beter bochtgedrag.
Dit bleek een waardevolle vondstte zijn, want in de training werden aanzienlijk snellere tijden geboekt dan in het jaar ervoor.
Het zat Peugeot echter tegen op de wedstrijddag. Voor het eerst in 66 jaar regende het.
Dat beïnvloedde de tijden aanmerkelijk, want in bijna alle klassen werden de records scherper gesteld.
Vatanen had echter pech, want kort voor de finish werd hij gehinderd door een hagelbui.
Daardoor moest hij gedeeltelijk op gesmolten ijs en modder rijden.
Het zag er op de chronometer spannend uit.
Uiteindelijk lukte het Vatanen tóch nog het record van Walter Röhrl een halve sec. scherper te stellen.
De nieuwe tijd werd 10 minuten en 47,22 seconden.
Kankkunen beëindigde de wedstrijd als tweede op ruim 5 sec. achterstand.

Behalve een bijzondere besturing had de wagen nog een aantal andere wijzigingen ondergaan.
De remmen waren aangepast, er zat een volledig vlakke bodemplaat onder de auto en er waren speciale spoilers gemonteerd.
De motor ontwikkelde bij de start, op 2857 m hoogte, 520 pk bij een turbodruk van 3 bar.
Extra koeling voor de motor werd verkregen door watersproeiers te monteren.
Bij een laaddruk vanaf 2,8 bar koelden deze sproeiers de tussenkoeier en de radiateur uitwendig extra af.

In 1990 nam de 405 wederom deel aan de rally Parijs-Dakar en opnieuw ging de zege naar Vatanen.
Het zou de laatste overwinning zijn in deze rally.
Voor 1991 stond een nieuw project op het programma: de deelname aan het wereldkampioenschap sport-prototypen Groep C.
De Grand Raid-auto’s wachtte, na een weergaloze carrière, een welverdiende plaats in het museum.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *